.
.
.

Waarom mensen met weinig geld domme keuzes maken

04/04/2018

Wie weinig geld heeft, is vooral bezig met overleven en neemt daardoor onhandige beslissingen, stelt een nieuwe armoedetheorie. Dat idee vindt nu haar weg naar de bijstand.

Armoede lijkt een gijzelend karakter te hebben. Niemand wil erin blijven hangen, maar toch vertonen juíst mensen met heel weinig geld gedrag dat hen in die situatie houdt. Gemiddeld plannen ze financieel minder ver vooruit, sluiten ze vaker dure leningen af en doen ze vaker mee met de loterij. Waarom?

 Te weinig discipline, zegt de ene politicus. Dat arme mensen vaak niet aan hun situatie ontsnappen, is plat gezegd hun eigen schuld. Nee, met weinig geld heb je minder mogelijkheden jezelf te ontplooien, zegt de ander. Gezond eten is veelal duurder dan ongezond, en niet iedereen heeft geld voor de bijles van zijn kind om zo een betere vervolgopleiding te kunnen kiezen.

De laatste jaren is daar een nieuwe uitleg bijgekomen, en met die nieuwe uitleg beginnen gemeenten in Nederland nu grootschalig te experimenteren. De geestelijk vaders: psycholoog Eldar Shafir en gedragseconoom Sendhil Mullainathan.

Onhandige of impulsieve beslissingen die mensen in armoede maken, schrijven zij niet toe aan de mensen zelf, ook niet aan hun koopkracht. Nee, het armoede-in-stand-houdende gedrag komt volgens hen door het grote beroep dat armoede doet op je hersencapaciteit. Wie steeds moet nadenken over het aan elkaar knopen van eindjes, heeft minder ‘ruimte over op de harde schijf’ om handige beslissingen te maken voor later. Het is als een zwaar computerprogramma dat constant doorloopt op de achtergrond en de hele computer trager maakt.

Hierdoor geïnspireerd startten vijf Nederlandse universiteiten en één hogeschool onlangs met bijstandsexperimenten, in samenwerking met zes bijbehorende gemeenten. Personen uit de bijstand worden daarbij willekeurig over groepen verdeeld met verschillende bijstandsregels. Om eens wetenschappelijk te kijken wat het best werkt. Groningen, Nijmegen, Utrecht, Tilburg, Deventer en Wageningen komen over enkele jaren met de resultaten.

In het experiment kunnen bijstandsgerechtigden in een groep komen waarin ze minder zelf hoeven te regelen. Doordat de sollicitatieplicht vervalt bijvoorbeeld, of doordat ze hulp krijgen van de gemeente bij het zoeken naar werk. Precies zoals Shafir en Mullainathan het graag zien. Het lijkt of hun boodschap doorsijpelt.

Kip of ei?

Al in de eerste zin van hun onderzoeksverslag uit 2013 wijzen Shafir en Mullanaithan op studies die armoede en ‘contraproductief gedrag’ met elkaar in verband brengen. Er volgt een hele lijst van zulk gedrag. Van slordiger zijn en vaker te laat komen, tot onhandig met geld omgaan en zelfs het minder strak vasthouden aan medicatierichtlijnen.

Dat zegt nog niets over de richting waarin het verband loopt – je kunt er twee kanten mee op. Zijn ze arm doordat ze ongedisciplineerd met kansen en geld omgaan, en überhaupt minder kansen krijgen? Of maakt de context van het leven in armoede dat ze wat onhandigere beslissingen maken? Dan zou iederéén minder handig met geld omgaan, eenmaal in een situatie van armoede geplaatst.

Shafir en Mullanaithan pleiten voor het tweede, maar niet zonder de eerste mogelijkheid toch even te bespreken. Inderdaad, zo schrijven ze in vermaard vakblad Science, het kan zijn dat malafide banken vaker naar arme gebieden trekken om deze mensen uit te buiten met dure leningen. En in diezelfde gebieden komen mensen vaker te laat omdat het openbaar vervoer er minder stipt rijdt. Laaggeletterdheid zou kunnen maken dat ze wurgcontracten niet altijd even goed doorgronden alvorens ze te tekenen.

Het speelt waarschijnlijk allemaal mee, zeggen de twee, maar wat hier zwaarder weegt is het juk op je denkvermogen van constant met geld moeten schuiven. Om de problemen in de nabije toekomst het hoofd te kunnen bieden – het kunnen betalen van de zaterdagboodschappen bijvoorbeeld – is een soort tunnelvisie nodig. Al het mentale vermogen focust zich, ten koste van de rest, naar oplossingen voor het probleem dat nu voor de deur staat.

Door de rekening van de autogarage nog niet te betalen, kun je boodschappen in huis halen. Dat is dus een oplossing voor dat probleem. Er misschien niet bij nadenkend dat de auto zo uiteindelijk in beslag wordt genomen, wat weer je baan kan kosten omdat je daar die auto voor nodig hebt, aldus Shafir en Mullanaithan.

Geld verhoogt IQ

Dat zo’n korte termijnblik zou komen doordat je innerlijke computer trager loopt met een ‘armoedeprogramma’ dat constant op de achtergrond draait, is moeilijk te bewijzen. Om het toch hard te maken togen ze onder meer naar het platteland van India, waar suikerrietboeren van nature in een ideale onderzoeksopzet bleken te leven.

De ruim vierhonderd boeren die ze spraken krijgen de opbrengst van hun oogst jaarlijks in één keer uitbetaald. Zij zijn arm in de maanden vóór dat moment, en relatief rijk in de maanden erna. En dat scheelde gemiddeld zo’n 13 IQ-punten. Niet dat ze gaandeweg het jaar steeds dommer werden. Na de oogst stopte dat zware computerprogramma op de achtergrond te draaien, waardoor ze hun volle intelligentie weer konden benutten.

In een ander experiment lieten de econoom en psycholoog bezoekers van een winkelcentrum nadenken over een fictief probleem: een kapotte auto. Reparatie zou 1500 dollar kosten. Terwijl deelnemers mochten nadenken over hoe ze dat geld opzij zouden leggen, moesten ze wat iq-test-achtige oefeningen doen.

Wat bleek? Arme deelnemers waren zo in beslag genomen door zelfs dit fictieve verhaal van 1500 dollar dat hun denkvermogen direct afnam (vergeleken met een groep arme mensen waarin het fictieve bedrag slechts 150 dollar bedroeg). Bij welgesteldere winkelcentrumbezoekers trad dit verschil helemaal niet op. Zij maakten zich net zo weinig druk om 1500 als om 150 dollar.

“Die aanslag op je denkvermogen waar Shafir en Mullainathan het over hebben is wat anders dan stress”, zegt de Wageningse gedragseconoom Ernst-Jan de Bruijn, die zich met deze jonge wetenschap van schaarste-psychologie bezighoudt. “Stress ontstaat bij het langdurig ervaren van negatieve emoties. En heeft daarnaast ook een lichamelijke component, met een stresshormoon dat je ook echt kunt meten. Cognitieve belasting kunnen we alleen indirect in beeld krijgen.”

Vragen blijven

Volgens De Bruijn moet er nog veel worden uitgezocht. “Of het effect ook blijft staan in ontwikkelde landen bijvoorbeeld, niet alleen bij boeren in India. En hoe groot is dan het aandeel van stress en van negatieve emoties zoals hopeloosheid op minder handige keuzes?” Hij wijst naar een Amerikaanse studie uit 2016, waar economen toch minder overtuigende effecten vonden dan Shafir en consorten. Duizenden mensen deden intelligentietesten net voor en na hun maandelijkse loon werd overgemaakt. En testjes waaruit bleek hoe toekomstgericht ze waren: keken ze niet verder dan een week vooruit, of dachten ze ook aan de lange termijn?

“Een verrassing”, noemt onderzoekster Stephanie Wang van de Universiteit van Pittsburg de uitslag aan de telefoon. “We vonden geen verminderd denkvermogen in de groep die nog wachtte op haar geld. De groep dus die nog even in een periode van schaarste zit.” De kwaliteit van hun beslissingen ging niet achteruit, en die beslissingen werden ook niet risicovoller.

Uit het onderzoek bleek ook niet per se dat die groep een tunnelvisie voor de korte termijn had, zegt Wang. “Althans, in algemeen opzicht. Wat financiën betreft waren de niet-uitbetaalde mensen wél eerder op volgende week dan volgende maand gericht.” Maar dat is volgens haar niet zo gek. Omdat aan het einde van de maand de bodem van de portemonnee in zicht is, moet je nu eenmaal kijken hoe je het daarmee redt tot het salaris of de uitkering binnen is.

Dommer werden de deelnemers plat gezegd dus niet. Gaat dat niet lijnrecht in tegen de steeds meer omarmde stelling van Shafir en Mullainathan? “Ik snap dat je dat denkt, maar zo eenduidig is het niet”, reageert Wang. “Volgens mij en mijn vakgroep bestaat hun schaarstedenken wel degelijk, het is meer de vraag wanneer je het effect daarvan goed kunt zien. Onze deelnemers waren niet rijk, ook niet nadat hun loon of uitkering binnen was. Een veel kleiner verschil dan bij de boeren in India die van maandenlang bijna niets ineens naar relatieve rijkdom gaan.”

De proef op de som

Er zijn ook wetenschappers die echt nog niet overtuigd zijn. Voorop daarin staat de Tilburgse hoogleraar en intelligentieonderzoeker Jelte Wicherts, die direct na de publicatie in 2013 ferme kritiek publiceerde in Science over de onderzoeksmethoden van Shafir en Mullainathan. “Dat onderzoek in het winkelcentrum hadden ze nooit mogen opdelen in twee groepen, in rijk en arm. Inkomen is een continuspectrum, en als je de gemaakte cognitieve testjes door die bril bekijkt, vind je geen enkel effect.”

Dat armoede beslag legt op je brein kán wel kloppen, zegt Wichters. “Maar dat eerste onderzoek bewijst het in elk geval niet.” In zijn vakgebied van het intelligentieonderzoek gaan de handen niet direct op elkaar voor Shafirs ideeën. “Voor je hier beleid over gaat maken, zou ik het eerst maar eens strakker onderzoeken.” Dat is precies wat zes onderzoeksinstellingen in Nederland nu gaan doen.

Ongefocust, uitgeblust

Als we vandaag maar door komen. Dat was het enige wat dagelijks door Monique Jongenburger (28) uit Ede heen ging toen zij en haar man anderhalf jaar lang rond bijstandsniveau leefden.

De problemen begonnen in 2013, toen haar man ziek werd. Vermoeidheidsziekte ME. Monique woonde met hem samen, beiden studeerden nog aan de Wageningen Universiteit. En omdat hij moest stoppen met zijn studie – en dus geen recht meer had op studiefinanciering of een lening – moest al het geld uit Monique haar studielening komen. Dat leek ondoenlijk.

Bijstand aanvragen lukte niet. Naast de bijbehorende administratieve rompslomp bleef de gemeente eisen dat Moniques echtgenoot zou solliciteren en werk zou aannemen als dat voorhanden was. Maar hij kon toen niet eens zelf douchen. Na een paar maanden besloot het stel toch maar te leven van Moniques studielening, met wat aanvullingen van familie en vrienden.

Ze moest veel ballen in de lucht houden. “Als ik wakker werd liep mijn hoofd al over. Zal ik vandaag weer met de gemeente om tafel? Naar de huisarts gaan voor mijn man? Proberen te studeren?” Totaal ongefocust en uitgeblust stond ze dan die avond besluiteloos in de supermarkt. “Een half uur te drentelen, om uiteindelijk te zeggen: we eten wel weer pizza, net als eerder deze week. Lekker makkelijk.” Ze wist heus wel dat het niet handig is, dat zo vaak pizza of friet op lange termijn niet houdbaar is. “Mijn antwoord in die tijd op dat stemmetje? ‘Boeien…'”

Die situatie duurde anderhalf jaar, tot Monique begin 2015 een baan vond. Nu adviseert ze gemeenten over schuldhulp en minimabeleid, gemotiveerd door haar eigen ervaringen. “Nu zitten we financieel veel minder krap, en dat merk je gelijk aan de ruimte in je hoofd. Voorbeeld: laatst stortte onze schutting in met die storm. Dat was met weinig geld echt een groot probleem geweest, iets wat veel denkkracht had gekost. Nu denk ik: oké, dan huur ik even iemand in. Dat kán nu gewoon. Met iets meer geld komt gelijk meer rust.”

Dit artikel verscheen eerder op trouw.nl