.
.
.

Schuldenspel moet leerlingen bewust maken

12/10/2017

Een stadsspel moet leerlingen bewust maken van schulden en schuldhulpverlening. Ze gaan daarvoor langs instanties om een fictief personage uit de schulden te helpen. ‘Piet (23) is een hipster die van een snuifje houdt.’

Jongens, over anderhalf uur moeten we uit de schulden zijn’, zegt Stan (17) voor de Albert Heijn op Plein 1992 in Maastricht. ‘We moeten gewoon die Audi A3 verkopen’, suggereert Tim (18). ‘Eerst even sigaretten kopen’, reageert Thomas (18), terwijl hij de supermarkt binnenloopt. Maurits (17) en Fedor (17) wachten de ontwikkelingen gelaten af, staand naast hun fietsen van het Stayokay-hostel.

De Maastrichtse mbo-studenten, eerstejaars in verschillende richtingen, zijn net vanuit het hostel aan de Maas vertrokken om het interactieve stadsspel No Credit, Game Over! te spelen. Het is een ‘serious urban game’ op de tablet om jongeren bewust te maken van verstandig omgaan met geld, schulden en schuldhulpverlening.

Ze hebben van welzijnswerker Sandra Smeitink opdracht gekregen om Piet Potter, een gefingeerd personage, uit de schulden te krijgen. ‘Piet is een 23-jarige hipster die wel van een snuifje houdt, evenals van mooie kleren en snelle auto’s’, aldus Smeitink. Hij heeft een schuld van 1.400 euro en is net ontslagen, omdat hij door zijn drugsgebruik steeds te laat kwam op zijn werk.

De jongens moeten minstens één officiële instantie bezoeken; in hun geval is dat het jongerenloket van de sociale dienst. Maar ze kunnen ook langs andere instellingen, zoals uitzendbureaus, banken, een advocatenkantoor, de gemeentelijke kredietbank (voor schuldhulpverlening) of zelfs een deurwaarder. Alle instellingen zijn geïnformeerd en doen mee met het spel. Andere groepjes mbo-studenten proberen op deze zonnige decemberdag andere gefingeerde personages uit de rode cijfers te helpen.

Randstad

Hun eerste opdracht is om een straatinterview te houden over de schuldenproblematiek en eventuele financiële tips te krijgen. Minutenlang staan de tieners besluiteloos voor de AH. ‘Wie gaat interviewen?’, vraagt Stan. ‘Thomas heeft de meest rustgevende stem.’ Thomas zucht: ‘Ik draag al de hele dag die tas met die tablet.’

Eindelijk hebben ze een bekende gevonden. Ze stellen hem snel enkele vragen. Zijn tip: geld sparen. ‘Top’, roepen Stan en Fedor in koor – opdracht voltooid. Wat nu? ‘We moeten naar de Randstad, pik’, zegt Stan, wijzend naar de overkant van de weg. ‘Randstad, wat is dat?’, vraagt Tim voor het uitzendbureau. ‘O, ik dacht dat die alleen in Holland zaten.’

Het uitzendbureau heeft twee interessante vacatures voor studenten. Die van telefonische marketingonderzoeker lijkt de jongens wel wat, gezien hun opleiding. Stan rekent snel uit wat dat oplevert per maand. Intussen heeft Fedor ook een bezuiniging voor ‘hun’ Piet doorgevoerd op de tablet: stoppen met roken.

Welzijnswerker Smeitink belt onderweg het groepje op met een bod op de Audi. Veel te laag, concluderen de jongens, die auto is zeker tienduizend euro waard. Later gaan ze wel akkoord met een verhoogd bod, maar ook met de afgifte van autosleutels plus kentekenbewijs voor het regelen van de overdracht op het postkantoor. ‘Jullie zijn genakt’, kraait Smeitink later bij de evaluatie. ‘Denk maar niet dat zo’n koper nog betaalt. Die gaat er meteen vandoor met auto én eigendomspapieren. Wees daar dus alert op.’

Want No Credit, Game Over! is ook een spel dat jongeren waarschuwt ‘niet in de valkuilen van de consumptiemaatschappij te trappen’. Denk aan de telefoonprovider die je een mooie telefoon aanbiedt, maar wel voor een duur contract waar je liefst twee jaar aan vastzit. Of aan die vriendelijke vrouw die je vraagt een pakketje mee te nemen in het vliegtuig (‘want mijn koffer zit vol’): grote kans dat daar drugs in zitten.

Verkeerde loket

Op de fiets buiten gaan de jongens op zoek naar het jongerenloket van Sociale Zaken, vlak bij het beursgebouw MECC. Oef, dat valt niet mee om zo’n adres te vinden. Eerst komen ze uit bij het Juridische Loket. Dat doet wel mee aan het stadsspel – geeft bijvoorbeeld advies over het aanpakken van dure contracten van telefoonproviders – maar is voor de groep-Piet even het verkeerde loket.

Dus steken enkelen maar weer eens een sigaret op – vaart zit er niet in. Na veel vijven en zessen komen ze eindelijk aan bij het jongerenloket. Dat is wel een indrukwekkend moment: vijf tieners – twee met petje op – die enigszins bedremmeld een kamer van de sociale dienst betreden. ‘Wat komen jullie doen?’, vraagt jongerenconsulent Harry Golsteijn opgewekt. Tsja, dat weten ze eigenlijk ook niet precies.

Dan legt Golsteijn uit wat het jongerenloket doet: jongeren tot 27 jaar begeleiden naar werk of scholing. En mocht hun personage Piet een uitkering willen aanvragen, dan heeft hij zeker twee problemen: Eén: hij is door eigen schuld ontslagen. En twee: hij moet eerst zijn vermogen, de Audi A3, ‘opsouperen’.

Bovendien is zo’n uitkering lager dan de maandelijkse lasten die Piet nu heeft, waarschuwt de consulent, dus reken jezelf niet rijk. ‘De belangrijkste les: goede wekker kopen’, aldus Golsteijn. ‘Want de uitkeringsinstanties pakken je keihard aan.’ Bij het weggaan heeft Fedor weer iets van zijn bravoure terug als hij aan de man van de sociale dienst vraagt: ‘Heeft u misschien geen interesse in een Audi A3?’

Na afloop verklaart Golsteijn dat het bezoek vooral ‘preventief’ moet werken. Later zegt welzijnswerker Smeitink dat het daadwerkelijk langsgaan bij echte instellingen hopelijk ook ‘drempelverlagend’ werkt. ‘Ze weten nu in ieder geval wat en waar het is’, zegt ze. ‘Zo’n bezoek maakt meer indruk en beklijft beter dan een professional die even een uurtje les komt geven voor de klas.’

Geleerd

Terug in de Stayokay vindt de evaluatie plaats, samen met de andere groepjes. De groep-Piet heeft de schuld gedeeltelijk kunnen verlagen. Dat geldt ook voor de meeste andere groepjes. Enkele meisjes waren zo slim om zorgtoeslag aan te vragen voor hun ‘Laurie’, die vooral in de schulden zit door haar verslaving aan onlineshoppen. Een andere groep ging langs Stichting Leergeld, die ervoor zorgt dat ook kinderen van armlastige ouders op een sportclub, muziekles of schoolreisje kunnen.

Als afsluiting wijst Smeitink nog op de Zuid-Limburgse website pasopjegeld.nl, die tips geeft over geld besparen en schulden aanpakken. ‘Een op de acht jongeren in Zuid-Limburg groeit op onder de armoedegrens’, zegt ze. ‘Vaak gaat die situatie gepaard met hoge schulden. We proberen met dit spel te voorkomen dat jongeren in dezelfde val lopen. En als dat onverhoopt wel gebeurt, dat ze weten bij welke instellingen ze hulp kunnen krijgen.’

Hebben de mbo-studenten er zelf iets van geleerd? Stan vindt van wel: ‘Wel interessant om te zien hoe kleine dingen kunnen aantikken tot een grote schuld.’ Fedor: ‘En je weet nu waar je moet zijn als je in zo’n situatie komt.’

Bron: de Volkskrant